Gemeente Gemeente Erpe-Mere

Wandelnetwerk 10: Mere - Erpe

Inleiding

Lengte 7,3 km

Een wandelgebied dat doorkruist wordt door de autosnelweg E40, de spoorlijn Brussel-Oostende en de drukke Oudenaardsesteenweg lijkt op het eerste gezicht geen ideale locatie om een wandeling te maken, of toch wel! Wandeling 10, die de reeks afsluit, illustreert op een perfecte manier de verscheidenheid aan landschappen en historisch erfgoed dat Erpe-Mere bezit.

De dorpskernen van de deelgemeenten Mere en Erpe, met in de buurt ervan nog enkele kerkwegels, zijn vrij authentiek gebleven. Trage wegen, soms in de vorm van doorsteken waar men meestal onbewust voorbij stapt, brengt de wandelaar die het traject volgt op verrassend interessante plekjes. Het gecontroleerd overstromingsgebied, aan het wachtbekken op de Ter Erpenbeek, is er zo eentje.  Wie de wandeling doet zal dit zeker beamen.

100) De pastorie van Mere

De ommuurde pastorie van Mere met het bronzen St.-Bavobeeld in de voortuin is, samen met de kerk, ongetwijfeld het meest opvallende gebouw van Meredorp.  

De huidige vorm van deze pastoorswoning dateert uit de 19de eeuw en bevat een oudere kern. Dit dubbelhuis, met twee bouwlagen en zeven traveeën, heeft op het zadeldak een charmant klokkenruitertje.  

Hopelijk blijven de mooi geknipte buxushagen, in de voor- en achtertuin, gespaard van de vraatzuchtige larven van de buxusmot.

101) Het grensgehucht Edixvelde

De rustige Ediksveldestraat leidt naar het  grensgehucht Edixvelde, waarvan de kern op grondgebied Nieuwerkerken (Aalst) ligt.  

Aan de schrijfwijze van de straatnamen Ediksveldestraat of Edixvelde en aan de huisnummers kan men afleiden tot welke gemeente bepaalde woningen behoren. 

Het gehucht heeft een eigen kerkje en had zelfs een voetbalploeg met sportvelden op grondgebied Mere. Na de fusie met voetbalclub FC Mere verdwenen de terreinen. Één terrein werd, door ruitervereniging LRV Erpe-Mere, ingericht als springparcours/oefenterrein voor paarden.

102) De begraafplaats van Erpe

Aan de ingang van de begraafplaats bevindt zich een bronzen beeldengroep met als opschrift ‘Zonder hoop kan men niet leven’. Op deze bijzondere plaats komen de beelden van kunstenaar Herman De Somer volledig tot hun recht. Het kunstwerk werd hier ingehuldigd op 14 april 1995. 

De begraafplaats werd ‘ingegroend’ om weerwerk te bieden aan het onkruid dat, om milieuredenen, niet meer chemisch mag worden bestreden. Tussen de grafzerken werd, naast gras, ook gekozen voor vaste bloeiende planten.

103) Het St.-Barbarakapelletje en de wijk Schonegem

Het hardstenen St.-Barbarakapelletje, met ernaast een rustbank, is al een paar keer het mikpunt geweest van vandalen. Dit prachtig stukje erfgoed, heropgebouwd in 1985 aan de splitsing van veldwegen, is nochtans een ideaal plekje om even uit te blazen vooraleer richting kerk van Erpe te wandelen. 

Archeologische vondsten in de buurt wijzen op een vroegmiddeleeuwse bewoning in dit gebied. De nederzetting kreeg de benaming ‘Schonegem’ en werd ook de benaming van de nieuwe woonwijk tussen de Lange Ommegangstraat en de Duinaartweg.

104) De vroegere pastorie van Erpe

De bekende architect Hendrik Geirnaert, die o.a. de kerk van Ottergem had ontworpen, kreeg begin vorige eeuw de opdracht om de oude pastorie van Erpe te renoveren. Het resultaat is gaaf bewaard gebleven en is samen met de St.-Rochuskapel, die in de ommuring werd ingebouwd, een opvallend monument naast de begraafplaats van Erpe. Bij de renovatiewerken van 1904 kreeg het gebouw binnenin een nieuwe indeling, gericht op het verblijf van een pastoor en een onderpastoor. In 2003 werd de pastorie beschermd als monument omwille van haar historische en artistieke waarde.

105) Het verdwenen stationsgebouw Erpe-Mere

De samengestelde naam Erpe-Mere bestaat al veel langer dan de fusienaam en de afritbenaming op de E40. Hij prijkte al 100 jaar geleden op het verdwenen stationsgebouw in de Loskadestraat. De spoorlijn 82, opengesteld in 1876, was toen om economische redenen veel belangrijker dan nu. Het spoorwegstation was een los- en laadplaats voor goederen en had een zijspoor met loskade  en weegbrug. De omgeving was tot midden vorige eeuw een bruisende plaats met een eigen kermis, kortom een oord van ontmoeting en vertier. Tijdens  WO I werd de stationschef gearresteerd en schoten de Duitsers een man dood die hout kwam sprokkelen in de buurt van het station. In 1970 werd het gebouw afgebroken, enkel de straatnaam ‘Loskadestraat’ verwijst nog naar de bedrijvigheid van weleer.

106) Het GOG en wachtbekken Erpe-Mere

Om de verderop gelegen woongebieden aan de Ter Erpenbeek te beschermen tegen wateroverlast werd in 1996 het gecontroleerd overstromingsgebied Erpe-Mere aangelegd met een bergingscapaciteit van 153 miljoen liter water. Later werden, met hetzelfde doel, de GOG’s Lammersweg (Aaigem/Ressegem) en Hollestraat (Aaigem/Heldergem) aangelegd. De Ter Erpenbeek, 25 km lang en met een stroomgebied van 55 km² zet jaarlijks ca 3300 ton sediment af. Om het waterafvoerend vermogen van de beek op peil te houden werd in 2010, met de spoorwegberm als dijk, een wachtbekken aangelegd waar het vervuild slib kan bezinken en geregeld wordt afgevoerd.

107) De St.-Jozefschool en het WZC Meredal

In 1874 werd door de orde van de Jozefienen een klooster gesticht in Mere met als kerntaken onderwijs en ziekenzorg. Het werd een succesverhaal. In 1909 werden drie nieuwe klaslokalen gebouwd  en was de kostschool bevolkt door een 80-tal meisjes. Begin WO II werd, onder de benaming ‘St.-Jozefschool’ een beroeps- en handelsschool geopend. In 1961 kwam er een humaniora-afdeling bij. Momenteel lopen, in alle afdelingen samen, ruim 600 leerlingen school. 

De tak zieken- en ouderenzorg werd in 1979 een zelfstandige vzw en ging vanaf 1993 onder de benaming Meredal verder uitbreiden. Momenteel is het een modern woonzorgcentrum.

108) Het huis Baten-Van Langenhoven

Het huis Baten-Van Langenhoven, genoemd naar de familie die het in 1907 liet optrekken, is een fraai gebouw met een ongeschonden architectuur. Het huis, met zijn kenmerkende ‘speklaagmotieven’ telt twee en een halve verdieping onder een wolfsdak. Het fungeerde aanvankelijk als woning en gemeentesecretariaat. Van 1919 tot 1926 verhuurde de eigenaar een deel van het huis aan de pas opgerichte rijkswachtbrigade. In 1962 kocht een Aalsterse koloniaal het gebouw en moderniseerde het binnenin. Momenteel is het bewoond door een dokter die er een praktijk in de psychologie en neurologie heeft.