Gemeente Gemeente Erpe-Mere

Wandelnetwerk 1: Mere

Inleiding

Lengte 8,5 km (7km)

In 2016, naar aanleiding van het jubileumjaar "De Zomer van Lucien", werd 40 jaar na zijn Tourzege een wandeling uitgestippeld langs plaatsen waar Lucien Van Impe zijn jeugd doorbracht en invloed hadden op zijn wielercarrière. De bewegwijzerde wandeling kreeg het nummer 1 in het wandelnetwerk Erpe-Mere. In deze uitgave worden de historische en landschappelijke bezienswaardigheden langsheen het parcours eveneens in de kijker gezet.

10) Monument Lucien Van Impe

Eind juli 2016 kleurde Mere, net als 40 jaar voordien, helemaal geel met hier en daar wat rode bolletjes. Lucien Van Impe werd in zijn geboortedorp gehuldigd als laatste Belgische tourwinnaar en Erpe-Mere kreeg massaal de nationale pers en media over de vloer.  Zij die de memorabele dagen, tijdens de ronde van 1976, niet hadden meegemaakt kregen een idee hoe het er toen aan toe ging en merkten hoe populair “De Kleine van Mere” nog altijd is.

Op de rotonde in het centrum van Mere werd een monument opgericht, als blijvende herinnering aan de sportieve hoogtepunten van deze beroemde Merenaar. Het bronzen beeld, van kunstenares Veerle De Vuyst, toont Lucien op ware grootte en bergop fietsend.

Langs het wandelparcours werden 16 infoborden aangebracht met foto’s en teksten over het leven van Lucien Van Impe, vanaf het begin van zijn rijk gevulde wielercarrière tot zijn tourzege in 1976.

11) Gedachteniskruis

Tijdens een wandeling zijn er soms zaken waar men argeloos aan voorbij stapt wanneer ze niet staan aangestipt als aandachtspunten. Het hardstenen gedachteniskruis van Judocus Beirens is er zo eentje. De teksten op het kruis, in de omgeving van de brug met smeedijzeren relingen over de Ter Erpenbeek, zijn nog nauwelijks te lezen.

Op 8 september 1824 kwam de 44-jarige man hier om het leven door verdrinking in de beek. Ter herinnering hieraan werd een stenen kruis geplaatst dat oorspronkelijk was ingemetseld in een gevel aan de overkant van de Beekkantstraat. Bij de afbraak van de woning in 1972 vond men dat het oude kruis voldoende erfgoedwaarde had om bewaard te blijven en kreeg het een plaatsje dichter bij de beek.

Zijn ongeval werd toentertijd in vraag gesteld, was het een ongeluk of was er kwaad opzet in het spel. Dit voorval bleef jaren plaatselijk een gespreksonderwerp en werd generaties lang doorverteld.

12) Voetwegje langs de Ter Erpenbeek

Aan een pompinstallatie langs de Ter Erpenbeek (hoek Beekstraat/Visser) werd een kleinschalig rietveld aangelegd en op de andere oever volgt een voetwegje de loop van de beek stroomopwaarts.

Van op dit vroeger molenbaantje kan men soms verrassende ornithologische waarnemingen doen en niet enkel van plots opvliegende wilde eenden. Deze groene omgeving is het biotoop van talrijke watervogels. De ijsvogel, blauwe reiger, waterhoentje, snip en meerkoet voelen zich er best thuis.

De beek en haar begroeide oevers zijn hier, voor allerhande dieren, ideale verbindingen om onopgemerkt te foerageren tussen het Blauwbos en het gecontroleerd overstromingsgebied op de grens van Mere en Erpe.

13) Molen Ten Broeck

Van deze watermolen die landschappelijk mooi is ingeplant zijn weinig geschiedkundige gegevens voorhanden.

De molen wordt voor het eerst vernoemd in een document van 1348. In 1440 noemde men hem “Meulen t’ Ouwerzele”, naar het gelijknamig gehucht waarvan de naam later in onbruik raakte. Vóór 1713 was hij een banmolen, eigendom van de heren van Mere. Vanaf het begin van de 18de eeuw kwam de watermolen in particuliere handen en zijn er minstens vijf families achtereenvolgens eigenaar van de molen. Het hoge bakstenen gebouw is een grote maalderij die kort na WO I, naast het molenhuis, werd opgetrokken. Het waterrad is haast volledig weggeroest, maar binnen in het molenkot is de ganse installatie voor het malen van graan nog aanwezig. Een gedeelte van de molensite is momenteel ingericht als horecazaak.

14) Het Blauwbos en omgeving

Het beboste gebied tussen Gotegemmolen en Molen Ten Broeck behoorde toe aan tientallen eigenaars zodat een gericht bosbeheer moeilijk was. Hierin komt stilaan verandering. De trage weg, die grotendeels de rand van het gebied volgt, heeft de afschafwoede van voetwegen enkele decennia geleden overleefd en is nu een populaire wandelweg tussen de gehuchten Gotegem en Broek.

Van op het tegelpad is het, in het prille voorjaar, heerlijk genieten van de massale bosanemoontjes die een wit tapijt vormen. Samen met de vele dotter- en sleutelbloemen geven ze dit gebied, van ruigtes en broekbossen, kleur. ‘s Zomer brengt de lommerrijke omgeving verkoeling.

In het gehucht Gotegem is er nog een volkscafeetje waarvan de bejaarde bazin beweert dat de benaming “Cabaree” teruggaat tot de Franse Revolutie. Rokken optillende meisjes hoef je er niet meer te zoeken!

15) Ommegangkapel VII

Een aantal van de 14 kapellen die toentertijd, als stopplaats, deel uitmaakten van de bekende Meerse rozenkransommegang verkeren nog in goede staat. Een aantal vrijwilligers onderhouden het kapellenpatrimonium. Waar een oorspronkelijke kapel verdwenen is werd, waar mogelijk, een klein staakkapelletje geplaatst. Tijdens de maand mei worden de kapellen bevlagd en wordt de ommegang in ere gehouden.

Door haar ligging middenin de velden zou deze kapel, met op de achtergrond de Kruiskoutermolen, niet misstaan als filmdecor. Bedenk hierbij een priester in soutane en een misdienaar met ratelaar of wierookvat en het plaatje is compleet.

16) De Kruiskoutermolen

De Kruiskoutermolen is wellicht het meest opvallende monument van Erpe-Mere en toch heeft deze reus, op de plek waar hij nu staat,  maar een korte geschiedenis. Pas in 1924 maalde de molen hier graan.

Jozef Van der Haegen, Merenaar en wagenmaker, kocht in 1921 de Jezuïetenmolen van Nieuwerkerken, een houten driezolder-staakmolen. Een molen met  een lange geschiedenis die terugging tot de XIVde eeuw. De nieuwe eigenaar bracht hem, in 22 karrenvrachten, naar de huidige locatie en na de heropbouw bemaalde hij de molen tot 1952.

De imposante molen, met drie koppels maalstenen, werd in 1956 als monument beschermd en kreeg in 1962 een grondige opknapbeurt. Tijdens stormweer in 1972 liep de molen zware averij op en stond nadien jarenlang te verkommeren. Via een onteigeningsprocedure werd de gemeente Erpe-Mere (1997) eigenaar van dit waardevol stuk erfgoed. De restauratie in verschillende fases, tot een maalvaardige molen, liep van geen leien dakje, maar resulteerde uiteindelijk in een prachtmonument met hoge toeristische waarde.

17) Dikke Kapel en omgeving

De tiende en de fraaiste ommegangkapel is zonder twijfel de Dikke Kapel. Een inscriptie vermeldt het jaartal 1640. De ontstaansgeschiedenis van deze bidplaats op het topje van de Kapellekouter, waar volgens overleveringen wonderlijke genezingen plaats vonden, gaat wellicht nog verder terug in de tijd.

Een ommetje rond de kapel met barokke voorgevel is echt de moeite waard, men merkt snel dat het gebouw tal van verbouwingen en restauraties heeft gekend en zelfs wat neogotische trekjes vertoont. Het groot calvariekruis achteraan de kapel en de  geknotte lindebomen die haar omringen geven deze omgeving iets mystieks.

Aan de straatoverkant (Ommegangstr. nr. 86) geeft een verbouwd molenhuis de plaats aan waar de Kapellemolen stond.  In 1914 verplichtten Duitse soldaten de molenaar zijn molen in brand te steken die er in 1782 werd opgebouwd. Molenaars werden toen verdacht te fungeren als seingever, door de molenwieken in een bepaalde stand te plaatsen.

18) Sint-Bavokerk en -beeld

Het huidige neogotisch uitzicht van de Sint-Bavokerk dateert van 1849. De driebeukige kerk is opgetrokken in een combinatie van bak- en zandsteen. Het gebouw heeft een bewogen leven achter de rug, werd door brand verwoest in 1580 en kende daarna verschillende bouwfases. Eind 17de eeuw was ze niet enkel een bidplaats, maar ook een veilige schuilplaats bij oorlogsgeweld. In 1707 zakte de baljuw door de gewelven, die volgestapeld zaten met verborgen hooi, en maakte een dodelijke val.

Rechtover de kerk, in de pastorietuin, staat een bronzen beeld van Sint-Bavo, de patroonheilige van de parochie. Beeldhouwer Herman De Somer creëerde het beeld in 2003, naar aanleiding van “1000 jaar Mere”. De heilige staat er afgebeeld als Haspengouws edelman met jachtvalk. Andere afgebeelde attributen, uit zijn heiligenleven, zijn het boetekleed en -muts  en de kerk van de abdij Ganda waar hij het einde van zijn leven doorbracht.