Gemeente Gemeente Erpe-Mere

Wandelnetwerk 5: Bambrugge en Burst

Inleiding

Lengte 8,2 km

De ontstaansgeschiedenis van Bambrugge en Burst kan worden gelinkt aan de nabijheid van de Molenbeek en een eeuwenoude heirweg, die niet het tracé van de huidige Oudenaardsesteenweg volgde. Beide dorpen hebben een gemeenschappelijk historisch verleden.

De huidige parochiekerken, die nauwelijks 950 m van elkaar liggen, dateren uit dezelfde periode en hebben de Gentse architect Louis Minard en patroonheilige Sint-Martinus gemeen.

Steenberg, het hoogste punt van Bambrugge (57,5 m), was tot WO I een ontginningsgebied van zandsteen en tot begin jaren ’50  werd er zand gedolven. De site werd, na de fusies van gemeenten, door Erpe-Mere aangekocht en ingericht als administratief, cultureel en recreatief centrum. Dit groene oord is de startplaats van een wandeling langs autoluwe straten en trage wegen.

50) Ruïne Egemmolen

Aan de westelijke rand van het domein Steenberg, op de linkeroever van de Molenbeek, bevindt zich een oude watermolensite. Het molenhuis en het waterrad van de molen, die door de plaatselijke bevolking Meuleken Tik werd genoemd, zijn niet meer te bespeuren. 

De korenwatermolen te Heddeghem (nu Egem) bestond al vóór 1536 en was altijd in particuliere handen. Tot omstreeks 1950 bleef hij in werking. Het vervallen gebouw op de rechteroever werd pas later opgetrokken. 

51) Sint-Martinuskerk Bambrugge

De neogotische St.-Martinuskerk dateert van 1852. Het koor kreeg in 1872 zijn huidige vorm. De kerk werd opgetrokken op de plaats van een vroegere bidplaats, toegewijd aan St.-Bavo.  

Niettegenstaande St.-Maarten de patroonheilige is gaat de grootste devotie in Bambrugge uit naar St.-Anna, de moeder van de Maagd Maria. Een zijaltaar is aan haar toegewijd. De kerk is binnenin een pareltje. Wanneer de ossenbloedrode toegangsdeur open staat loont het de moeite om een kijkje te nemen. 

In Bambrugge houdt men van traditie. De St.-Annakermis, wielerwedstrijden en de jaarlijkse paardenommegang met zegening lokken heel wat deelnemers en kijklustigen. 

52) Voormalige pastorie en omgeving

Het dubbelhuis in neoclassicistische stijl, met dakruiter, is de voormalige pastorie van Bambrugge en dateert uit het begin van de 19e eeuw. Het zeshoekig gebouwtje, links ervan, is het vroegere dodenhuisje. Een gebarsten oude kerkklok van 450 kg, uitgestald voor de pastorie, werd in 2013 door koperdieven gestolen.  

Rechts van de oude pastorie werd het Franciscanessenklooster van Bambrugge verbouwd tot een sociaal wooncentrum en kreeg de gekende parochiezaal Sint-Anna een grondige facelift. 

53) Vondst van 800 zilveren munten

Bij de afbraak van een oude hoeve in de Landsheerstraat (april 2005) werd een verstopte stenen kruik ontdekt, gevuld met zilveren munten uit de 18e eeuw.  

De muntstukken zijn geslagen in de Zuidelijke Nederlanden, Oostenrijk/Hongarije, het Prinsbisdom Luik en Frankrijk. De sluitmunt dateert van 1797. 

De oppotting van de zilverstukken kan in verband worden gebracht met de toenmalige onstabiele politieke periode (Franse revolutie en Boerenkrijg). Het geheim van de vindplaats werd, door niet te achterhalen omstandigheden, door de verstopper meegenomen in zijn graf. De toenmalige waarde van het muntdepot bedroeg circa 900 daglonen van een landarbeider.  

De spotnaam ‘Geitenboeren’ van de Bambruggenaren laat echter vermoeden dat de doorsnee inwoner toentertijd weinig of geen spaargeld had. Een geit was de ‘koe’ van de armen. 

54) Bremptkouter 

Tussen de dorpskernen van Burst en het naburige Zonnegem strekt zich een kouter uit die al eeuwen in cultuur is. Deze openruimte biedt de wandelaar mooie vergezichten. In de skyline vallen vooral de  silhouetten  op van de kerktorens van beide dorpen.  

In de feodale periode vormde Burst samen met BambruggeZonnegem en Cottem (gehucht in Oombergen) één heerlijkheid. De Norbertijnenabdij van Drongen was toen eigenaar van het Hof ten Brempt en grootgrondbezitter in Burst en Zonnegem. De hoeve en een deel van de gronden kwamen in de 19e eeuw in het bezit van de familie Dooreman.

55) Villa Dooreman en omgeving 

In 1858 richtte Burgemeester Charles Dooreman, die tevens boer en jeneverstoker was, een stellingmolen op in de Gentsestraat. Het gemalen graan diende ondermeer voor het maken van de bekende klare jenever ‘Dooreman’. Zijn zoon, Burgemeester Leopold Dooreman, bouwde in 1911 een imposante villa naast de molen. De stenen windmolen verdween in 1970  uit het straatbeeld, maar de ‘Villa van de burgemeester’ is nog te bewonderen en draagt het huisnummer 74.  

Bij leemontginningen, op de terreinen van steenbakkerij Danckaert, werden 4 goed bewaarde Romeinse waterputten uit de 1e en 2e eeuw blootgelegd. Uit onderzoek van organisch materiaal, afkomstig uit de 12 à 14 m diepe putten, bleek dat ze vooral werden gebruikt door een agrarisch gerichte bevolking. 

56) Heilig Hartkapel 

De H.-Hartkapel, aan de Gentsestraat, is een bouwkundig pareltje. Ze heeft een veelhoekig grondvlak en een piramidaal leien dak bekroond met een lantaarnvormige spits. De kapel werd in 1921 opgetrokken als dankkapel omdat Burst in WO I gespaard  bleef van oorlogsellende.  

In Burst is deze omgeving gekend als ‘Den Dries’. Het eeuwenoud gehucht lag langs een bovenlokale weg die nu nog deels Heerweg noemt. Heirbanen waren van militair-strategisch belang en gaan ver terug in de tijd. Tot de aanleg van de rechtgetrokken Oudenaardsesteenweg was hij hier van uitzonderlijk belang.

57) Het Molenveld en de verdwenen Dorentmolen

Op het leengoed Dorent stond reeds vóór 1540 een houten windmolen waarvan de geschiedenis vrij goed is gekend. In 1857 werd de houten staakmolen getroffen door een blikseminslag en brandde volledig uit. De toenmalige burgemeester Charles Dooreman kocht het maalrecht en bouwde een nieuwe windmolen op een andere locatie (zie punt 55). Een straat en de gemeentelijke basisschool dragen het toponiem Molenveld in hun naam, een verwijzing naar de verdwenen windmolen.

58) Molen Van Sande 

De  industriële maalderij Van Sande werd tussen ‘76 en ’80 gebouwd op een oude watermolensite, waarvan een geschreven vermelding bestaat uit 1629, maar die wellicht al vroeger bestond. De vorm van het oude molenhuis is nog zichtbaar in de bakstenen voorgevel.  

De Kasteelmolen, later molen Van Sande genoemd naar de eigenaars van de laatste honderd jaar, was in oorsprong een banmolen afhankelijk van het kasteel van Bambrugge. Op oude kaarten wordt het kasteel gesitueerd tussen de kerk en de watermolen.  Horigen waren, op straf van boete, verplicht het graan te laten malen bij de molenaar van hun heer, die scheprecht had.

59) Mariagrot en Sint-Annakapel

De grot van wijlen Jozef Dhaese kende vooral in de jaren ‘60 en ’70 een grote volkstoeloop. Met halfoogst werd er een openlucht mis opgedragen. Vrijgezel Jozef Dhaese was grottenbouwer en fanatiek verzamelaar van heemkundige voorwerpen. Zijn woning was ingericht als  museum en de plaatselijke schoolkinderen en andere geïnteresseerden brachten hem een bezoek. Via het hekje is de grot te bezoeken en gelovigen kunnen er nog altijd een kaarsje branden. 

De iets verderop gelegen Sint-Annakapel is hier een ‘heiligdom’. In Bambrugge associeert men St.-Anna met feestvieren, niet verwonderlijk, haar feestdag luidt de kermisperiode in. Buurtbewoners onderhouden en koesteren de kapel die de start en aankomstplaats is van de jaarlijkse paardenommegang (21 juli) en een vaste halte was tijdens de processie door het dorp.